Home  

About  

Reporters

Funding

Networks

Contact

 

 

 

 

 

RESEARCH PROJECT
Leidingwater kan gezondheid schaden

Knack September 14. 2005

Uit de kunststoffen waterleidingen die tegenwoordig vaak in woningen worden gelegd, lekken verdachte chemische stoffen in het drinkwater. Wetenschappers noemen dit zorgwekkend.

Door Marleen Teugels, Chris Vermeire, Luuk Sengers en Kaare Gotfredsen

Het begon toen de professoren in de celbiologie Ana Soto en Carlos Sonnenschein eind 1989 bij toeval vreemde dingen zagen gebeuren in hun lab aan de Tufts universiteit in Boston. Ze deden onderzoek naar de invloed van oestrogenen op de ontwikkeling van borstkanker. ‘De borstkankercellen die we bestudeerden, begonnen te woekeren als er in de proefbuisjes oestrogenen aan worden toegevoegd’, vertelt Ana Soto als we haar tijdens haar verblijf in Parijs opzoeken. ‘Tot onze verbazing merkten we dat ook in de proefbuisjes waar geen oestrogenen aan toegevoegd werden, cellen begonnen te woekeren. Het was alsof er iemand per vergissing oestrogenen had ingebracht.’

‘Maandenlang hebben we elke testfase minutieus bestudeerd, tot en met de apparatuur die we in het lab gebruikten. We ontdekten dat de oestrogenen lekten uit de kunststoffen proefbuisjes waarin we het serum bewaarden.’

‘Niemand had ons ooit gezegd dat er uit kunststof oestrogenen vrijkomen. De fabrikant van de proefbuisjes vertelde ons een stof aan de buisjes te hebben toegevoegd om ze meer resistent en minder breekbaar te maken. Om welke stof het ging, weigerde het bedrijf mee te delen: beroepsgeheim. Onderzoekers van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) ontdekten dat het om nonylfenol ging. We waren zeer bezorgd. Wat als dergelijke kunstmatige oestrogenen ook uit plastic melkflesjes van baby’s lekken?’ De resultaten van het onderzoek van Soto en Sonnenschein werden in 1991 gepubliceerd in Environmental Health Perspectives.

Misvormingen

‘Al even toevallig ontdekten collega’s dat uit sommige plastic drank- en papflessen een andere gevaarlijke stof lekt: bisfenol A’, vervolgt Ana Soto. ‘Hoe het zover is kunnen komen, is een raadsel, want de mensen die in 1936 bisfenol A hebben gesynthetiseerd, kenden de oestrogene werking ervan.’

‘De industrie en de overheid hebben altijd gezegd dat de hoeveelheden die we aantroffen te klein waren om onheil aan te richten. Maar als het om de ongeboren vrucht gaat, houdt dat standpunt geen steek’, beklemtoont Ana Soto. ‘Voor hormoonverstoorders bestaat er ook niet zoiets als een veilige dosis als embryo’s eraan worden blootgesteld.’

‘Blootstelling van het embryo aan hormoonverstorende stoffen kan resulteren in onherstelbare orgaanschade, en zelfs problemen opleveren in de puberteit of op latere leeftijd. We zagen een abnormale ontwikkeling van borstklieren bij pubermuizen die als embryo de kleinste dosis bisfenol A hadden gekregen die ooit werd toegediend. Bij pubermeisjes is zo’n ontwikkeling een indicatie voor een verhoogd risico op borstkanker.’

‘Tijdens mijn onderzoek naar de effecten van hormoonverstoorders zag ik dat proefdieren ook zwaarlijvig worden, of bizar gedrag vertonen. Japanse onderzoekers berekenden dat de dosis in ons onderzoek te vergelijken is met het niveau waaraan mensen aan bisfenol A zijn blootgesteld, en dat is tweeduizend keer lager dan de norm die als veilig wordt opgegeven. Ontsnappen is onmogelijk, want de stof is wijd verspreid.’

‘Het heeft ons vijftien jaar gekost om een beperkt aantal chemische stoffen op cellen en bij dieren te onderzoeken. De effecten op mensen bewijzen is moeilijk, want op mensen kunnen we niet experimenteren. Het probleem is dat de chemische industrie vele duizenden nieuwe stoffen de wereld heeft ingejaagd. Die allemaal onderzoeken, is onmogelijk. Hoe lang gaat de overheid nog wachten vooraleer ze ingrijpt?’

De vraag is terecht, nu ook bij mensen de impact van hormoonverstoorders duidelijker wordt. Moeders met hoge dosissen ftalaten (weekmakers in plastic) in de urine tijdens de zwangerschap kregen baby’s met onder meer kleinere penissen en minder ontwikkelde teelballen. Bij ratten leidt dergelijke ontwikkeling tot onvruchtbaarheid, een lagere spermaproductie, en soms ook testikelkanker.

Kunststof is biologisch actief

In Denemarken gingen de poppen aan het dansen toen professor Erik Arvin, gespecialiseerd in waterdistributie, waterleidingen in polyethyleen (PE) onderzocht die in heel Europa aan populariteit winnen in woningen. ‘Ik dacht dat dit een goede oefening zou zijn’, vertrouwt de hoogleraar ons toe als we in Kopenhagen een bezoek brengen aan zijn lab in de Deense Technische Universiteit (DTU). ‘Als er nieuw materiaal wordt gebruikt, is het altijd interessant te onderzoeken of het problemen kan opleveren _ al zou dat uiteraard beter gebeuren voordat het materiaal op de markt komt.’

‘PE-pijpen bestaan hoofdzakelijk uit polyethyleen, maar daar worden allerhande stoffen aan toegevoegd, zoals antioxidanten (fenolen) en weekmakers om het materiaal respectievelijk duurzamer en buigzamer te maken. We wilden nagaan of die toevoegingen niet potentieel gevaarlijk zijn als ze in het drinkwater lekken.’

‘In vier verschillende types buizen (PE) lieten we zeven dagen lang water stilstaan. In dit water ontdekten we een tiental chemische stoffen, vooral fenolen (zoals 4-tert-butylfenol) en fenolachtige stoffen. Deze onderzoeksresultaten hebben we in 2002 gepubliceerd in het vakblad Water Research.’

Al na zes uur worden in het stilstaande water de toegestane Deense grenswaarden voor de migratie van fenolen in drinkwater (0,5 microgram per liter) overschreden. Dat blijkt uit onderzoek van andere Deense wetenschappers. Het probleem doet zich minder voor in de hoofdleidingen, waar het water snel en koel door stroomt. Het ontstaat voornamelijk in de woningen waar het water regelmatig stilstaat, de buizen dunner zijn en de temperatuur stijgt.

Besmet kraantjeswater

De chemische stoffen die uit de kunststoffen waterbuizen lekken, zijn volgens professor Hans Jørgen Albrechtsen (DTU) ook een uitstekende voedingsbodem voor bacteriën (bijvoorbeeld legionella). Aan de binnenkant van de buizen kan dat in de vorming van een biofilm resulteren. Onderzoek van het Nederlandse certificeringsinstituut Kiwa toonde alvast aan dat een bepaald type kunststoffen waterbuis (PEX) daarvoor bijzonder gevoelig is.

Een bijkomend probleem is dat stoffen zoals benzine en solventen kunnen doordringen in de kunststoffen waterbuizen. In Denemarken zijn er intussen al meer dan zestig probleemgevallen gesignaleerd. Deze contaminatie van het kraantjeswater werd ontdekt in de buurt van tankstations en stomerijen, of ze is afkomstig van lekkende benzinetanks van auto’s. Doorgaans verraadt de geur het probleem. Maar sommige solventen zijn geurloos.

De hele kwestie veroorzaakte grote opschudding in Denemarken. Erik Arvin ontving inmiddels van de Deense Technische Onderzoeksraad 240.000 euro om de migratie van chemische stoffen uit kunststoffen waterbuizen verder te onderzoeken. De Deense overheid besteedt zelf 130.000 euro aan bijkomend onderzoek.

Het Deense onderzoek staat niet alleen. Ook Noorse wetenschappers onderzochten verschillende types kunststoffen waterleidingen (HDPE, PEX en pvc), en concludeerden hetzelfde. De Duitse wetenschapper Andreas Koch detecteerde een hele reeks migratiestoffen in kunststoffen waterbuizen. Een aantal bleek identiek aan de stoffen die in Scandinavië aan het licht kwamen.

Geen onderzoek

‘Naar de gezondheidseffecten die deze stoffen uit kunststof waterbuizen veroorzaken, is nauwelijks onderzoek gedaan’, zegt Ana Soto als we haar de wetenschappelijke studies uit Scandinavië voorleggen. ‘Zelf onderzocht ik van het hele lijstje alleen 4-tert-butylfenol. De maximale dosis die de Denen hebben gemeten (6,6 microgram per liter), is hoog. Als je die dosis met menselijke cellen in cultuur zet, beginnen ze in het proefbuisje te woekeren, wat wijst op een hormoonverstorende werking.’

‘Waarom migreren er trouwens zoveel verschillende fenolen uit de waterbuizen?’, zegt Ana Soto verontwaardigd. ‘En dan nog in zulke hoge concentraties. Kunnen de fabrikanten zich niet beperken tot één antioxidant?’

‘Fenolen horen niet thuis in drinkwater’, reageert de Vlaamse professor in de menselijke ecologie, Luc Hens (VUB). ‘Ana Soto is een wereldautoriteit op haar domein. De test die ze met Sonnenschein ontwikkelde om proefbuizen op pseudo-oestrogenen te onderzoeken (e-screen), is zeer betrouwbaar. Een positieve e-screen fungeert als een eerste alarmsignaal. Voorzichtigheidshalve lijkt het me daarom verstandig om stoffen die op de test reageren en een pseudo-oestrogeen effect lijken te hebben, te beperken en te verbieden.’

‘De metingen in Scandinavië zijn inderdaad verontrustend’, bevestigt wetenschapster An Verspecht (VUB), die bij de vakgroep menselijke ecologie onder andere in opdracht van de Vlaamse overheid onderzoek deed naar risico’s van hormoonverstoorders in het oppervlaktewater in Vlaanderen (samen met de Universiteit Gent en het Vlaams Instituut voor Techonologisch Onderzoek). ‘Meerdere stoffen uit de Scandinavische studies zijn potentieel hormoonverstorend voor de mens, of kunnen allergische huidreacties opwekken. Daarvoor zijn absoluut risicoanalyses nodig.’

Loodgieters

Doet Vlaanderen het beter? De kwaliteit van het water ligt de watermaatschappijen na aan het hart. Is het denkbaar dat de bevindingen van de Deense wetenschappers ook in Vlaanderen gelden?

Zoals elders in Europa hebben de kunststofwaterleidingen ook in ons land een serieus marktaandeel veroverd. Kunststof is erg in trek omdat loodgieters die waterbuizen snel, gemakkelijk en mooi kunnen plaatsen.

Zijn die waterleidingen in ons land dezelfde als elders in Europa? ‘Dat denk ik wel. De markt van de waterleidingen is Europees’, zegt Christian Legros, directeur van Belgaqua, de koepel van de Belgische watersector. ‘Zeer waarschijnlijk levert onderzoek naar kunststoffen waterbuizen die loodgieters in onze woningen plaatsen gelijkaardige testresultaten op als in Denemarken.’

Worden die waterbuizen dan niet door Belgaqua getest? Christian Legros: ‘Nee. Het enige dat wordt getest, zijn de waterbuizen van het openbare leidingnet.’

Doen de watermaatschappijen metingen naar de chemische stoffen die de Denen en Noren in het kraantjeswater hebben aangetroffen? ‘Nee’, reageert Marc Buysse, directeur van Samenwerking Vlaams Water (SVW), koepelorganisatie van de Vlaamse watermaatschappijen. ‘Die stoffen zijn niet als parameters in de drinkwaterwetgeving opgenomen.’

‘De hoeveelheden van de stoffen die men in Denemarken aantrof, zijn laag’, vindt Paul Bielen. Hij is het hoofd van het laboratorium van Pidpa, de Provinciale en Intercommunale Drinkwatermaatschappij van de Provincie Antwerpen. ‘Wat niet wegneemt dat men die stoffen bij de productie natuurlijk beter zou vermijden.’

Strikte regels

Volgens de watermaatschappijen is het niet zo moeilijk om problemen met stoffen die in binneninstallaties vrijkomen, te omzeilen. ‘Als het water ’s nachts in de leidingen heeft stilgestaan, is het niet langer voor consumptie geschikt’, zegt Paul Bielen. ‘Voor de drinkwatermaatschappijen is dat water geen vers water meer. Het kan dan voor andere dingen gebruikt worden dan om koffie mee te zetten.

Hoe staan de drinkwatermaatschappijen tegenover de potentiële aanwezigheid van hormoonverstoorders in het drinkwater? Zij zijn niet gelukkig met de manier waarop de chemische industrie te werk gaat. ‘Het kan niet dat wij, als drinkwaterproducenten, altijd geconfronteerd worden met nieuw aangemaakte stoffen die een impact hebben op de waterkwaliteit’, zegt Marc Buysse. ‘Als de chemische industrie nieuwe stoffen aanmaakt, zouden die veel strenger gecontroleerd moeten worden op de langetermijngevolgen voor mens en milieu.’

‘Dit onderzoek bevestigt dat er dringend werk moet worden gemaakt van REACH, de nieuwe Europese regelgeving rond chemische stoffen’, reageert europarlementariër Bart Staes (Groen!). ‘De industrie speelt hoog spel door massaal stoffen op de markt te brengen waarvan ze zelf niet weet wat de gevolgen kunnen zijn.’

Vroeger was het de taak van de overheid om de impact van chemische stoffen op milieu en gezondheid te screenen. Als REACH in werking treedt, wordt de industrie daarvoor zelf verantwoordelijk.

Van de meer dan honderdduizend chemische stoffen die vandaag op de markt zijn, is er volgens Bart Staes maar een fractie getest op hun effecten op mens en milieu. Van de meeste andere kunnen we alleen maar hopen dat ze onschadelijk zijn.

Of REACH de dingen fundamenteel zal veranderen, is zeer de vraag. Intensief lobbywerk van de chemische industrie heeft het oorspronkelijke project al flink uitgehold.

‘De verschillende fracties in het Europees parlement nemen hun stellingen in’, zegt Bart Staes. ‘Socialisten, liberalen en progressieven hebben al laten weten te zullen vechten voor een efficiënt en slagkrachtig REACH. De conservatieven van hun kant hebben laten verstaan zich aan de zijde van de industrie te scharen.’

‘Drinkbaar water is een basisgoed, dat zo zuiver mogelijk moet blijven’, besluit Staes. ‘Teruggaan naar de Middeleeuwen, toen bier werd gedronken omdat het water te zwaar vervuild was, is amper een optie.’


kunststofverwerkers:

‘Zo ongevaarlijk als een kop thee’

Geert Scheys, de secretaris-generaal van Fechiplast, koepelorganisatie van de kunststofverwerkers in België, reageert op de studieresultaten.

Buitenlands onderzoek geeft aan dat er uit de plastic waterbuizen nogal wat stoffen in het drinkwater lekken, zoals fenolen, MBTE, DBT en BHT. Horen die daar thuis?

GEERT SCHEYS: De additieven die in drinkwaterbuizen worden gebruikt, zijn goedgekeurd voor dit soort toepassingen. De fenolen zijn reactieproducten van bekende additieven die uitvoerig zijn getest. De hoeveelheden die in het Deense onderzoek in het drinkwater terechtkomen, liggen ver onder de toegelaten norm. Fenolen zijn niet per definitie gevaarlijk. In een natuurlijke vorm zitten fenolen bijvoorbeeld ook in een kopje thee.

Zijn fenolen dan niet potentieel hormoonverstorend?

SCHEYS: Het klopt dat fenolen en fenolderivaten op de Europese lijst staan van potentiële hormoonverstoorders. Ze ondergingen een uitvoerige risicoanalyse, die uitwees dat er geen risico’s zijn voor consumenten. Bepaalde hoeveelheden van sommige stoffen mogen echter niet overschreden worden. Daarin zit bovendien een serieuze veiligheidsmarge.

Deens onderzoek geeft aan dat de normen al overschreden zijn als water meer dan zes uur in de buizen heeft stilgestaan?

SCHEYS: Kennelijk gebruikten ze nieuwe buizen. Daar is de migratie iets groter. Nu zijn de veiligheidsnormen berekend voor de hele levensduur van een persoon. Het is niet omdat er een tijdelijke overschrijding is, dat er een reëel risico bestaat. Het is pas een probleem als die overschrijding over een lange periode gebeurt. De tests in Denemarken gebeurden bovendien met stilstaand water. Dat is iets anders dan in een leiding waar het water constant doorstroomt.

Volgens wetenschappers zoals Ana Soto gaan de veiligheidsnormen niet op als embryo’s aan hormoonverstoorders worden blootgesteld? Ze onderzocht dit voor Bisfenol A…

SCHEYS: Hier is duidelijk een verschil in visie tussen de experts onderling. In een rapport van het Wetenschappelijk Comité voor Voeding van de Europese Commissie vinden leidinggevende experts bijvoorbeeld dat de huidige blootstelling aan bisfenol A beduidend lager is dan wat dagelijks toegelaten is. Wat niet wegneemt dat bijkomend onderzoek is gepland.

Wat met benzine en solventen die in kunststoffen buizen kunnen doordringen?

SCHEYS: Dat is algemeen bekend. In bepaalde vervuilde bodems is het beter geen kunststofleidingen te gebruiken. De watermaatschappijen weten dat. De loodgieters ook. Een loodgieter legt geen kunststoffen buis in een vervuilde bodem.


Thee met nikkel

In sommige nieuwe kranen komt te veel nikkel vrij.

Als het water een nachtje in uw mooi blinkende, gechromeerde kraan stilstaat, kan het gebeuren dat er ’s ochtends nogal wat nikkel uit vrijkomt. Geen goed idee dus om de eerste halve liter voor de thee te gebruiken.

Bij welke kraanmerken het probleem zich voordoet, is niet meten duidelijk. Het risico is groter als het om nieuw kraanwerk gaat. ‘Vooral als we ’s ochtends stalen nemen, vinden we overschrijdingen van de nikkelnorm (20 microgram per liter)’ zegt Paul Bielen, hoofd van het laboratorium van Pidpa, de Intercommunale Drinkwatermaatschappij van de provincie Antwerpen. ‘Doorgaans meten we lichte overschrijdingen, tussen 20 en 50 microgram per liter. Bij een gloednieuwe kraan die enkele dagen niet werd gebruikt, lagen de meetwaarden nog hoger, van 100 tot 200 microgram per liter.’

Verhoogde nikkelwaarden zijn een probleem voor mensen met een contactallergie voor nikkel. Langdurige blootstelling aan hoge waarden kan de lever aantasten. Volgens het IARC (International Agency for Research on Cancer) zijn ingeademde nikkelcomponenten kankerverwekkend voor de mens.

‘De verhoogde nikkelwaarden hebben alles te maken met het productieproces van sommige kranen: die gaan in een nikkelbad om het blinkende chroomlaagje te kunnen aanbrengen. Alleen aan de buitenzijde krijgen ze een chroomlaagje. Aan de binnenzijde komt nikkel in contact met het water in de kraan.’

‘In het kader van de toekomstige regelgeving voor materialen in contact met drinkwater (EAS) wordt ook nikkel onder de loep genomen’ zegt Christian Legros, de directeur van Belgaqua, de koepelorganisatie van de Belgische watersector. ‘Het is best mogelijk dat bepaalde kranen van de markt worden gehaald en vervangen door andere types.’

 

 

 

 

 

e-mail: info(at)irene-reporters.org
© Copyright 2005 Investigative Reporters Network Europe. 

All rights reserved.

 

 

 

wobbing.eu

European Investigative Journalism Conference, Brussels

Global Investigative Journalism Conference 2008 minibanner 5